|
|
|
Wat
In een klasgesprek treden
luisteren en spreken als leeractiviteit op. Er komen in deze werkvorm relaties
tot stand tussen de stof waarover men spreekt, de spreker(s) en de
luisteraar(s). Kinderen krijgen de
gelegenheid om vrijuit over het onderwerp te praten. De leraar treedt vnl. als
gesprekspartner op. Doel
- kunnen luisteren - kunnen spreken Materieel
niets
specifiek Klasschikking De kinderen zitten zo dat ze
elkaar en de leraar kunnen zien en ook goed kunnen beluisteren (een halve kring
bv.). Groepsomvang een
klas Tijdsduur ongeveer
20 minuten Verloop
-
het gespreksonderwerp wordt door een leerling of door de leraar
aangebracht en scherp gesteld. -
gesprekstechnische afspraken worden
getroffen:
-
gespreksleden brengen hun ervaringen, ideeën en/of meningen naar voren.
De gespreksleider (kan ook een leerling zijn) zorgt voor het ordelijk verloop
van het gesprek en vat tussendoor samen wat werd gezegd. -
evaluatie van het gesprek:
* wat heeft het gesprek ons bijgebracht?
* wat weten of kennen we beter?
* hoe is ons gesprek verlopen?
* wat ging goed en wat kon beter?
|
Copyyright: EDSCOMMEDIA-webdesign |