Onderwijsleergesprek

Vorige ] Start ] Omhoog ] Volgende ]

Start
Achtergrondinfo
Did. werkvormen
Links voor profs

Wat 

De leraar laat het kind aan de hand van een reeks vragen een leerweg afleggen. Hij geeft geen uitleg maar laat het kind de gewenste antwoorden vinden. Het kind heeft het idee dat het zelf de voortgang maakt. De vragenreeks volgt tot in de kleinste delen de voortgang van een redenering of informatieve tekst. De leraar adresseert de vragen steeds aan het kind persoonlijk. 

Doel 

- D.m.v. gerichte vragen een gekende problematiek kunnen uitdiepen

- Bepaalde inzichten en ervaringen kunnen ordenen en veralgemenen

- Actief en geconcentreerd kunnen denken 

Materiaal 

bord 

Klasschikking 

bij voorkeur in een halve cirkel, naar het bord gericht 

Groepsomvang 

Het gesprek verloopt tussen de leraar en een kind 

Tijdsduur 

Tot de doelstelling bij het kind bereikt is. 

Verloop 

De leraar wil de kinderen iets duidelijk maken langs de weg van vraag en antwoord.

Het (zogenaamde) gesprek wordt volledig geleid door de leraar. Hij alleen stelt de vragen. Hij richt zich na het stellen van een vraag tot één kind en stuurt niet aan op onderlinge gedachtenwisseling tussen de kinderen.

Door directe vragen te stellen over een bepaald leerstofonderdeel probeert hij de kinderen stap voor stap specifieke kennis of enig inzicht bij te brengen.

Dus:

- de leerstof verdelen in kleine deeltaakjes

- een stap terug zetten als blijkt dat het kind een te grote stap heeft moeten maken. Door kleinere tussenvraagjes de achterstand weer inhalen.

- steeds aangeven of het antwoord goed of niet goed is.

Opmerkingen 

Met een onderwijsleergesprek kan men de kinderen moeilijk tot een volwaardig inzicht en tot toepassing van inzichten brengen. Wel kan men via een strak volgehouden reeks vragen de kinderen naar een eindpunt dirigeren en hen bij de laatste vraag het beoogde verband laten formuleren. Dit is echter geen echte inzichtelijke doorbraak.

 

 

Copyyright: EDSCOMMEDIA-webdesign