|
|
|
Wat De
leraar laat het kind aan de hand van een reeks vragen een leerweg afleggen. Hij
geeft geen uitleg maar laat het kind de gewenste antwoorden vinden. Het kind
heeft het idee dat het zelf de voortgang maakt. De vragenreeks volgt tot in de
kleinste delen de voortgang van een redenering of informatieve tekst. De leraar
adresseert de vragen steeds aan het kind persoonlijk. Doel - D.m.v. gerichte vragen een gekende problematiek kunnen uitdiepen - Bepaalde inzichten en ervaringen kunnen ordenen en veralgemenen - Actief en geconcentreerd kunnen denken Materiaal bord Klasschikking bij
voorkeur in een halve cirkel, naar het bord gericht Groepsomvang Het
gesprek verloopt tussen de leraar en een kind Tijdsduur Tot
de doelstelling bij het kind bereikt is. Verloop De
leraar wil de kinderen iets duidelijk maken langs de weg van vraag en antwoord. Het
(zogenaamde) gesprek wordt volledig geleid door de leraar. Hij alleen stelt de
vragen. Hij richt zich na het stellen van een vraag tot één kind en stuurt
niet aan op onderlinge gedachtenwisseling tussen de kinderen. Door
directe vragen te stellen over een bepaald leerstofonderdeel probeert hij de
kinderen stap voor stap specifieke kennis of enig inzicht bij te brengen. Dus: - de leerstof verdelen in kleine deeltaakjes - een stap terug zetten als blijkt dat het kind een te grote stap heeft
moeten maken. Door kleinere tussenvraagjes de achterstand weer inhalen. - steeds aangeven of het antwoord goed of niet goed is. Opmerkingen Met
een onderwijsleergesprek kan men de kinderen moeilijk tot een volwaardig inzicht
en tot toepassing van inzichten brengen. Wel kan men via een strak volgehouden
reeks vragen de kinderen naar een eindpunt dirigeren en hen bij de laatste vraag
het beoogde verband laten formuleren. Dit is echter geen echte inzichtelijke
doorbraak. |
Copyyright: EDSCOMMEDIA-webdesign |