Simulatiespel

Vorige ] Start ] Omhoog ] Volgende ]

Start
Achtergrondinfo
Did. werkvormen
Links voor profs

Wat 

Een simulatiespel is een spel waarin een maatschappelijk werkelijkheid wordt nagebootst in een model.

Doel

- inzicht in een bepaalde samenlevingsproblematiek vergroten.

- inzicht in het complex van de interactie in een groep vergroten

- sociale vaardigheid vergroten 

Materiaal 

documentatiemateriaal (hangt af van het probleem)

Groepsomvang 

hangt af van het spel 

Tijdsduur 

is afhankelijk van het spel

Verloop 

1.       Voorbereiding door de leraar (eventueel samen met de kinderen)

 

1.1   formuleren van de doelstellingen

Hoe exacter wij ons doel formuleren, hoe gemakkelijker het zal worden de complexe maatschappelijke werkelijkheid zo te vereenvoudigen dat het een herkenbaar en hanteerbaar model wordt.

 

1.2   bestuderen van het werkelijkheidsdomein waarop die doelstellingen terugslaan en ontwerpen van een te stimuleren model van die werkelijkheid.

Volgende vragen kunnen aan bod komen bij het analyseren van het probleemgebied:

-   Welke groepen mensen spelen een essentiële rol ?

-   Hoe staan hun belangen tegenover elkaar ?

-   Welke essentiële activiteiten vinden er plaats ?

-   Door welke factoren (materiële, sociale , ...) worden ze beïnvloed ?

-   Hoe hangen verschijnselen onderling van elkaar af ?

 

1.3   Het vereenvoudigd model van de werkelijkheid vertalen naar een reëel aandoende situatie waarbinnen kan worden gespeeld

-   functie van de spelers en van de groepen omschrijven

-  voorgeschiedenis van het probleem toelichten

-   afspraken maken i.v.m. tijd waarbinnen gespeeld kan worden, i.v.m. ter beschikking staande ruimtes voor besprekingen.

-   meedelen waar welke achtergrondsinformatie kan gevonden worden

-   spelregels afspreken

 

 

2.     Uitvoering

 

2.1   instructiefase

 

-  motiveren van de kinderen voor de doelstellingen van het spel

-  spelregels toelichten

-  geven van voor iedereen relevante informatie i.v.m. het probleem

-  rollen verdelen

 

2.2   geven van observatie-opdrachten aan niet-spelers

 

2.3   simulatiespel spelen

 

2.4   op een tactisch gekozen moment het spel stopzetten (bv. als er stof genoeg is voor bespreking)

 

2.5   nabespreking

-  afreageren van emoties

-  inventariseren van opmerkelijke ervaringen

-  bepalen van het realistisch gehalte van het spel

-  analyseren van processen en structuren

-  leerpunten noteren

-  nagaan of de doelstelling gehaald is

-         evalueren:         * hebben wij zinnig gewerkt ?

* hebben wij leuk gewerkt ?

* suggesties voor verbeteringen van het spel

 

Illustratie van een simulatiespel 

Probleem:     Oude, weerloze mensen worden uit hun bouwvallige huisjes verdreven.  De buurt moet gesloopt worden om plaats te maken voor winstgevende projecten, zoals het bouwen van dure kantoorgebouwen en flats.

 

1.   De kinderen doen informatie op in verband met de problematiek van de buurt.

 

-   ze brengen een bezoek aan de bedreigde buurt en interviewen de bewoners.  Mogelijke vragen zijn: Waarom willen jullie hier weg ? Hoelang wonen jullie hier ? Wonen hier nog jonge mensen ? In welke mate zijn de huizen nog bewoonbaar ? Wat doet de eigenaar ?...

-   ze gaan ook op informatie bij het gemeentebestuur.

-    in plaatselijke kranten of bij het actiecomité winnen ze verdere informatie in.

 

2.   In de klas wordt de verzamelde informatie verwerkt, uitgediept en geordend.  Een onderwijsleergesprek, een klasgesprek en groepsdiscussie kunnen daarvoor ingeschakeld worden.

3.   De leraar geeft de opdracht een simulatiespel op te bouwen.  Hij schetst volgende situatie:

"Op zekere dag krijgen vijf bewoners van de buurt hun huur opgezegd.  De eigenaar, mijnheer Van Dam, beweert dat de huizen gesloopt moeten worden omdat ze bouwvallig zijn dat het niet meer verantwoord is er nog verder mensen in te laten wonen.  De bewoners weten dat dit niet de echte reden is."

 

De spelers, "bewoners van de buurt", krijgen de opdracht de werkelijke reden van de afbraak te achterhalen en acties te plannen om de wijk te redden.

 

4.   Wanneer de kinderen voldoende geïnformeerd zijn, gaan ze over tot de rolverdeling.  Het spel wordt gespeeld voor een publiek (de niet-spelende kinderen van de klas of de kinderen van een andere klas).

 

5.   Na het spel volgt een discussie onder leiding van de leraar.  Men komt tot het inzicht dat wonen een koopwaar geworden is waaraan rijke mensen geld verdienen.

Er wordt een brief naar het gemeentebestuur gericht met het verzoek een sociaal-verantwoorde oplossing in de hand te werken.

 

(Uit:     Onderwijzen en leren op de basisschool, E. De Corte e.a. - Wolters Leuven)

 

Copyyright: EDSCOMMEDIA-webdesign