|
|
|
Wat Een
korte of langere leerweg, door de leraar georganseerd, waarbij het kind,
eventueel aan de hand van vragen en opdrachten, ZELFSTANDIG werkt. Op
deze wijze begeeft de leerling zich in een proces, waarbij hij relevante
informatie opzoekt en verwerkt met behulp van een documentatiecentrum en onder
begeleiding van de leraar. De
leerling werkt dus aan een product. Doel -....... een documentatiecentrum kunnen raadplegen -....... kritisch leren omgaan met informatie -....... creatief leren omgaan met informatie -....... leren werken met ervaringen, kennis en vaardigheden van
andere mensen -....... wegwijs raken in bronnen - .......stapsgewijs houdingen veranderen en/of nieuwe houdingen
aanleren. - .......vooroordelen doorbreken -....... de gelegenheid krijgen teksten te lezen, samen te vatten, op hun inhoudelijke waarde te schatten, te verwerken; -
.......eigen gedachten naar aanleiding van deze teksten te formuleren; eigen
gevoelens tot uitdrukking brengen zo dat ze voor anderen duidelijk zijn. Materiaal - documentatiecentrum of bibliotheek -....... een voorgestructureerd werkstuk: de leraar en/of de
leerling maakt het werkstuk zo klaar, dat de leerling gemakkelijk de verdere
invulling kan verzorgen. De leraar en/of leerling zorgt dus voor de
gedeeltelijke uiterlijke verzoging, voor vragen en opdrachten. De
inhoud van het werkstuk zal worden gevormd door: titelpagina, inleidend
woord over de bedoeling en de werkwijze, vragen en opdrachten door de leraar
en/of leerling geformuleerd, ruimte om blaadjes toe te voegen, ruimte voor creaiviteit
van de leerlingen,... Het
is dus niet de bedoeling dat er pagina's vol bestaande teksten in verschijnen.
Integendeel, de teksten schrijven de kinderen zelf. Ze maken als het ware hun
eigen boek. Groepsomvang individueel
werk, eventueel partner- of groepswerk Tijdsduur hangt
af van de afspraak leerling-leraar Verloop - presentatie van het onderwerp - presentatie van de werkvorm "werkstuk
maken" - maken van afspraken (tijd, individueel werk of
groepswerk, bronnen, materiaal,...) - werken aan de opdracht. De leraar begeleidt de
kinderen. Hij dringt zich niet op; hij onderbreekt het werktempo niet; hij biedt
hulp als er om gevraagd wordt; hij observeert de kinderen; hij informeert alleen
diegene die een vraag stelt of een probleem heeft; hij zorgt dat de afspraken
worden nageleefd of wijzigt ze als ze remmend werken. - het werkstuk wordt bij de leraar ingeleverd voor
beoordeling - nabespreking van het werkstuk i.v.m. het onderwerp. - eventueel presenteren van het werkstuk aan de klas
+ geven van een toelichting via de werkvorm "spreekbeurt". - evaluatie van de werkvorm. |
Copyyright: EDSCOMMEDIA-webdesign |